Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie
Terug naar overzicht
Kennisdocument

Indiceren wijkverpleegkundige

24 januari 2025

Sinds 2015 – hervorming zorgstelsel – is de verpleegkundige verantwoordelijk voor het indiceren en organiseren van verpleging en verzorging in de eigen omgeving voor de Zorgverzekeringswet (Zvw)

Het verpleegkundig indicatieproces omvat
– verpleegkundige indicatiestelling: een dynamisch proces van het vaststellen van welke zorg een zorgvrager in de eigen omgeving nodig heeft, op basis van klinisch redeneren, gegeven de
zorgvraag, persoonlijke factoren binnen de omgeving en het systeem waarin de zorgvrager functioneert
– organiseren van zorg: het, middels gezamenlijke besluitvorming, bepalen wie of wat de zorg uitvoert, uitgaande van de principes van Evidence Based Practise, best practices, de juiste zorg
op het juiste moment op de juiste plek door de juiste zorgverlener. Tevens wordt hierbij uitgegaan van continue risicosignalering en preventie van gezondheidsproblemen van de zorgvrager binnen zijn eigen context (woon- en leefomgeving).

Van een wijkverpleegkundige wordt verwacht dat hij/zij kennis heeft van: het Normenkader (2024), het Begrippenkader Indicatieproces (2019), het Expertisegebied van de wijkverpleegkundige (2019),  de richtlijn verpleegkundige en verzorgende verslaglegging (2022),  Toolbox indicatiestelling (2024) en het Generiek kompas ‘Samen werken aan kwaliteit van bestaan’ (2024).

Het normenkader
V&VN heeft in 2024 het normenkader herijkt en vervangt hiermee de vorige versie van het normenkader uit 2014. Het normenkader beschrijft aan welke eisen verpleegkundigen moeten voldoen wanneer zij extramurale verpleging en verzorging indiceren en organiseren. Het normenkader verschaft cliënten duidelijkheid en is richtinggevend voor zorgprofessionals, zorgaanbieders en zorgverzekeraars. In het normenkader zijn vijf normen voor het uitvoeren van de verpleegkundige indicatiestelling en de organisatie van de te leveren zorg uitgewerkt:

  1. Het indicatieproces vindt plaats op basis van professionele autonomie;
  2. Het indicatieproces wordt gedaan door een verpleegkundige die aantoonbaar vakbekwaam is;
  3. Het indicatieproces is gericht op versterken van eigen regie en zelfredzaamheid van de zorgvrager en zijn steunsysteem;
    zorgvrager en zijn steunsysteem;
  4. Besluitvorming rond het indicatieproces vindt plaats op basis van het verpleegkundig proces;
  5. De verslaglegging en verpleegkundige overdracht voldoen aan de V&VN richtlijn voor verslaglegging en de standaard voor overdracht van zorg

De belangrijkste wijziging t.o.v. het oude normenkader is de beschrijving van norm 2: het indicatieproces wordt gedaan door een verpleegkundige die aantoonbaar bekwaam is. Norm 2 beschrijft vier voorwaarden waaraan een verpleegkundige moet voldoen om aantoonbaar vakbekwaam te indiceren. 1) In het herijkte normenkader blijft de indicatiestelling voorbehouden aan hbo-opgeleide verpleegkundigen. Daarnaast wordt verwacht dat 2) net afgestudeerde verpleegkundigen een aanvullende training volgen, 3) dat deskundigheidsbevordering wordt vastgelegd in een leer managementsysteem (LMS) of het kwaliteitsregister V&V en 4) dat minimaal drie keer per jaar wordt deelgenomen aan intercollegiale toetsing.

Alle verpleegkundigen die op 1-1-2025 starten met indiceren voor de Zvw dienen aan deze vier voorwaarden te voldoen. Voor alle verpleegkundigen die reeds indiceren voor de Zvw, geldt dat zij vanaf 1-1-2025 aan voorwaarde 1, 3 en 4 dienen te voldoen.

Begrippenkader indicatieproces
V&VN heeft het begrippenkader indicatieproces gepubliceerd. Het begrippenkader is een toelichting op het normenkader. Begrippen worden uitgelegd waar bij het indiceren veel discussie over is. Niet alleen binnen de eigen beroepsgroep, maar ook met andere partijen zoals zorgverzekeraars.

Indicatiebeoordeling door de zorgverzekeraar
PGB-indicaties en indicaties van niet-gecontracteerde aanbieders vereisen een goedkeuring van de zorgverzekeraar. Zonder goedkeuring wordt de geleverde zorg niet (deels) gefinancierd door de zorgverzekeraar.

In juni 2020 heeft ZN de ‘Werkwijzer verpleging en verzorging in de thuissituatie’ gepubliceerd.

Aanleiding voor het schrijven van deze werkwijzer is de behoefte aan een eenduidige beoordeling van verpleging en verzorging in de thuissituatie door zorgverzekeraars. Een tweede aanleiding is de wens tot transparantie over de wijze van de zorginhoudelijke beoordeling van deze zorg.
ZN geeft aan dat de werkwijzer geen richtlijn of protocol is, maar slechts bedoeld als vertaalslag van de geldende wet- en regelgeving om handvaten te kunnen bieden aan de medisch adviseurs bij de uitvoering van hun taken.

Sinds juli 2020 is het document ‘Toetsingscriteria herbeoordeling indicatiestelling’ van kracht. Dit document is opgesteld door V&VN, ZN en het Nederlands Wijkverpleegkundigen Genootschap (NWG). De zorgverzekeraar heeft de mogelijkheid om te vragen om een herbeoordeling van de ingediende indicatie. In dit document hebben V&VN en NWG namens de beroepsgroep beschreven:

– wat de processtappen zijn bij de beoordeling van een indicatie waarbij het machtigingenbeleid geldt;
– welke toetsingscriteria gelden als de zorgverzekeraar een herbeoordeling van de indicatie verzoekt.