Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO)
28 juli 2025Voor wie is deze wet bestemd
De Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) is van toepassing op (thuis-)zorgorganisaties werkend met zelfstandig zorgverleners.
Patiënten en zorgverleners hebben rechten en plichten. Deze staan vastgelegd in de WGBO. De regels zijn opgenomen in het Burgerlijk Wetboek (in Boek 7, onder titel 7 en afdeling 5). De WGBO is geldig voor medische onderzoeken en behandeling en voor alle zorg die daarmee samenhangt, zoals verpleging, verzorging en nazorg. Dus ook in de thuiszorg en verpleeghuiszorg. Zodra een zorgverlener een cliënt gaat onderzoeken of behandelen, is sprake van een geneeskundige behandelingsovereenkomst (zonder contract).
Het doel van deze wet
De wet heeft tot doel de rechtspositie van de patiënt te versterken.
Inhoud en toepassing van de wet
De WGBO is een van de belangrijkste wetten waarin patiëntenrechten staan. In de WGBO staan allerlei rechten en plichten die bij deze geneeskundige behandelingsovereenkomst horen. Volgens de WGBO hebben patiënten de volgende rechten:
- recht op begrijpelijke informatie over de medische situatie door de zorgverlener en op een second opinion;
- toestemming geven voor een medische behandeling en bijbehorende zorg;
- inzage in het medisch dossier (dat 15 tot 20 jaar bewaard moet worden);
- privacy en geheimhouding van medische gegevens (beroepsgeheim zorgverlener);
- vrije artsenkeuze;
- vertegenwoordiging bij wilsonbekwaamheid.
Naast rechten hebben patiënten ook plichten: de patiënt moet de zorgverlener goed, eerlijk en volledig informeren over zijn problematiek. De patiënt moet zo veel mogelijk met de zorgverlener meewerken en adviezen opvolgen, zodat de zorgverlener sneller en beter een diagnose kan stellen en beter zorg kan verlenen. De wet heeft ook een praktische vertaling gekregen in een aantal hulpmiddelen, zoals tips, checklists en handleidingen. Deze gaan over informatie en toestemming, dossier en bewaartermijnen en de toegang tot patiëntengegevens. Deze handleidingen staan op de site van de KNMG.
Gevolgen van deze wet voor leden van Zorgthuisnl
Op grond van de WGBO zijn zorgverleners verplicht een medisch dossier bij te houden. Houdt u het dossier elektronisch bij, dan is het van belang te weten dat de juridische status van een papieren dossier hetzelfde is als van een elektronisch. U hoeft overigens niet beide te bewaren; het papieren dossier mag vernietigd worden. Is er sprake van een gescand dossiers, dan mag over de authenticiteit van het gescande materiaal geen twijfel bestaan (eventueel laat u het verzorgen door een gespecialiseerd bureau) en u moet er zeker van zijn dat de gegevens toegankelijk blijven. Belangrijke originele documenten (wilsverklaring) kunt u voor de zekerheid ook nog apart bewaren. Verdere informatie kunt u op de website van KNMG vinden.
In 2020 is de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) op een aantal punten gewijzigd. Dit betreft:
- Samen beslissen
Het beginsel van informed consent ziet op de verplichting van een zorgverlener om de cliënt te informeren over de behandeling en het geven van toestemming door de cliënt voor het geven van de behandeling of de verzorging (artikel 7:448 BW). Samen beslissen is méér dan alleen informeren door de zorgverlener; de zorgverlener en de cliënt zullen daarnaast (doorlopend) overleggen over de behandeling. De wetgever wil hiermee bereiken dat de cliënt door overleg (meer) weloverwogen al dan niet toestemming verleent voor de zorgverlening. - Bewaarplicht medisch dossiers
De bewaartermijn voor het medisch dossier (artikel 7:454 lid 3 BW) is in 2020 verlengd van 15 naar 20 jaar. De bewaartermijn start op het moment dat de behandeling of zorgverlening is afgerond. - Inzagerecht voor nabestaanden en voormalig vertegenwoordigers
Per 1 januari 2020 is in de WGBO een regeling opgenomen voor het inzagerecht in het medisch dossier van een overleden cliënt door nabestaanden, voormalig vertegenwoordigers en ouders of voogden van overleden kinderen (artikel 7:458a BW). Het doel van dit artikel is duidelijkheid te creëren voor zowel zorgverleners als nabestaanden en tegemoet te komen aan de behoefte van nabestaanden om het medisch dossier te kunnen inzien.