Duiding en advies resultaatgericht indiceren na uitspraken Centrale Raad van Beroep
07 juli 2022Duiding en advies resultaatgericht indiceren na uitspraken Centrale Raad van Beroep
In 2018 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) een drietal uitspraken gedaan die relevant zijn voor de vraag of resultaatgericht financieren nog mogelijk is. Zorgthuisnl heeft deze uitspraken voorgelegd aan onze samenwerkingspartner Ten Holter Noordam en hen gevraagd advies uit te brengen. Graag delen we dit advies en een aantal tips met u.
Uitspraken CRvB 2018
Op 8 oktober 2018 heeft de voorzieningenrechter van de CRvB uitspraak gedaan in een zaak van de gemeente Steenbergen. De gemeente had een resultaatgerichte indicatie afgegeven maar hierbij was in het leveringsplan niet opgenomen hoeveel tijd er per activiteit nodig was. De rechter heeft twee bezwaren tegen de wijze van indicatiestelling door Gemeente Steenbergen: (1) er is niet opgegeven hoeveel uur ondersteuning geleverd wordt; en (2) er wordt niet voldoende duidelijk gemaakt wat deze ondersteuning de cliënt vervolgens oplevert.
Op 10 december 2018 heeft de CRvB uitspraken gedaan over de gemeente Nijkerk en de gemeente Bodegraven Reeuwijk. Deze zaken gingen om de vraag of de indicatie was opgesteld op basis van een objectief en onpartijdig onderzoek uitgevoerd door KPMG en Bureau HHM. De gemeente Utrecht heeft hier al in 2016 een onderzoek naar laten doen. De CRvB heeft besloten dat andere gemeenten gebruiken mogen maken van het onderzoek van de Gemeente Utrecht, mits zij bij de indicatiestelling dezelfde criteria hanteren als die de gemeente Utrecht hanteert.
Gevolgen van deze uitspraken
Juristen van Ten Holter Noordam hebben duiding gegeven aan de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Het gevolg van de uitspraken van de CRvB is dat gemeenten bij een resultaatgerichte indicatie altijd het aantal uren moeten vermelden waarop de cliënt recht heeft. Het nadelige gevolg hiervan voor zorgaanbieders is dat er volgens het geïndiceerde aantal uren zal moeten worden geleverd en er geen efficiëntievoordelen meer te behalen zijn. In de uitspraak wordt echter niet gemotiveerd waarom het vermelden van het aantal uren noodzakelijk is. Een vraag die nog gesteld zou kunnen worden is of het ook voldoende is om een ‘gemiddeld’, ‘indicatief’ of ‘minimaal’ aantal uren te indiceren. Daardoor zou nog enige ruimte overblijven voor zorgaanbieders om efficiëntievoordelen te behalen.
Veelal wordt ook de vraag gesteld wat de gevolgen van de uitspraken van de CRvB zijn voor de huidige overeenkomsten. Deze overeenkomsten zijn naar alle waarschijnlijkheid niet nietig, maar moeten wel worden aangepast om aan te sluiten bij de recente rechtspraak. Dit kan echter wel van contract tot contract verschillen. Een gemeente kan bijvoorbeeld een eenzijdige aanpassingsbevoegdheid hebben opgenomen in een gesloten overeenkomst. Wanneer dit het geval is, mag een gemeente de overeenkomst aanpassen zonder dat er een nieuwe overeenkomst hoeft te worden opgesteld.