Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie
Terug naar overzicht
Kennisdocument

Begeleiding

07 augustus 2023

Als iemand hulp nodig hebt bij algemene dagelijkse werkzaamheden zou diegene in aanmerking kunnen komen voor begeleiding. Bij begeleiding gaat het niet om het overnemen van taken, maar hulp bij bepaalde taken. Deze hulp kan bestaan uit een aansporing om te gaan douchen of hulp bij het innemen van medicatie. Begeleiding wordt vergoedt en georganiseerd door de gemeente.

Er zijn twee soorten begeleiding:

  • Individuele begeleiding
  • Groepsbegeleiding

Individuele begeleiding
Voorbeelden van individuele begeleiding zijn:

  • hulp bij de administratie (overzicht krijgen over facturen, contracten, verzekeringen, enzovoort);
  • hulp bij het boodschappen doen;
  • hulp met het afhandelen van post;
  • hulp bij het bedienen van apparaten;
  • hulp bij het innemen van medicatie;
  • vaardigheden oefenen, zoals schrijven en rekenen;
  • woonbegeleiding;
  • praktische pedagogische thuishulp en gezinsondersteuning.

Wat er precies onder ‘individuele begeleiding’ valt, verschilt per gemeente. Als zorgaanbieder kunt u in het contract terug vinden wat de gemeente verstaat onder ‘individuele begeleiding’.

Groepsbegeleiding
Bij groepsbegeleiding gaat het vooral om dagstructurering en het voorkomen van (crisis)opname. Bij oudere mensen is het vaak een oplossing zodat zij zich niet meer alleen voelen.

Het is gericht op:

  • activering;
  • beweging;
  • leren omgaan met dementie;
  • contacten;
  • een zinvolle invulling van de dag;
  • voorkomen van vereenzaming;
  • het overnemen van toezicht en het bieden van ritme en regelmaat.
  • ontlasting en ondersteuning door verlichting van de mantelzorger

Ondersteuning
Voordat een cliënt een indicatie krijgt voor begeleiding vindt er eerst een keukentafel gesprek plaats. Hierin gaat de ambtenaar van de gemeente in gesprek met de cliënt om te kijken wat de cliënt zelf nog kan of waar een mantelzorger kan ondersteunen. Voor taken waar dit niet meer bij lukt wordt een indicatie opgesteld voor zorg door een professionele hulpverlener.

Zodra een cliënt een Wmo-indicatie heeft, kan er een plan voor de zorg of ondersteuning worden opgesteld. Hierin wordt opgenomen wat voor zorg of ondersteuning de aanbieder bij de cliënt zal leveren. Dit plan sluit aan bij de leefgewoonten en wensen van de cliënt. In het ondersteuningsplan wordt ook opgenomen wat de cliënt nog zelf kan doen en wat diens beperkingen zijn. Ook wordt er gekeken of de familie of mantelzorgers nog kunnen betekenen. Het ondersteuningsplan of zorgplan zit vaak in de cliëntmap en wordt in de woning bewaard.

Kwaliteit van leven is voor elke cliënt anders. Om de cliënt te ondersteunen bij het verbeteren van de kwaliteit van leven, zijn zorgverleners nodig die vraaggericht werken en hun vak verstaan. In de VVT wordt niet alleen aandacht besteed aan lichamelijke zorg, maar aan alle levensdomeinen:

  1. Woon- en leefsituatie
  2. Participatie
  3. Mentaal welbevinden
  4. Lichamelijk welbevinden

Deze vier domeinen worden ook opgenomen in het zorgplan. Cliënt en zorgverlener maken samen een zorgplan. Daarbij zijn er twee hoofdvragen:

  • Hoe wilt u leven? Hoe was u gewend te leven en wat zijn voor u belangrijke zaken?
  • Welke ondersteuning heeft u nodig om zo veel mogelijk uw leven in te kunnen invullen zoals u dat belangrijk of zinvol vindt?

Op basis van voorgaande elementen bepaalt de aanbieder de frequentie van de ondersteuning en wat de gemiddelde uur inzet per week zal zijn. Daarnaast worden er voorkeursdagen en voorkeurstijden vastgesteld. Ook wordt er besproken wat het doel van de ondersteuning zal zijn. Een doel kan bijvoorbeeld zijn om de cliënt weer zelfredzaam te maken maar kan ook zijn om de mantelzorger te ontlasten. Zorg ook dat eventuele doelen en eisen van gemeenten zijn opgenomen in dit zorgplan. De cliënt en aanbieder dienen dit zorgplan te ondertekenen.

 

AMvB Reële prijs Wmo
Per 1 juni 2017 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) reële prijs Wmo in werking getreden. Op grond van deze  AMvB zijn gemeenten verplicht om reële en kostprijsdekkende tarieven vast te stellen voor onder andere begeleiding en hulp bij het huishouden.

De kern van de AMvB:

  1. De gemeenteraad legt in ieder geval in de verordening vast dat het college een reële prijs vaststelt voor Wmo-diensten die door derden worden geleverd en dat deze prijs geldt als ondergrens voor een inschrijving in de aanbestedingsprocedure en bij de overeenkomst met een derde;
  2. Het college stelt een reële prijs vast overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van de dienst;
  3. De reële prijs is gebaseerd op de volgende kostprijselementen:
    1. Kosten van de beroepskracht;
    2. Redelijke overheadkosten;
    3. Kosten voor niet-productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg;
    4. Reis- en opleidingskosten;
    5. Indexatie van loon binnen een overeenkomst;
    6. Kosten als gevolg van gemeentelijke eisen, zoals rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.
  4. Het college heeft (ook) de mogelijkheid geen reële prijs vast te stellen en geen reële prijs als ondergrens te hanteren. Het college moet in dat geval de eis stellen aan inschrijvende partijen om een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op de kwaliteit van de betreffende voorziening en de kostprijselementen.

Voor het berekenen van een reële kostprijs bestaat voor hulp bij huishouden al langere tijd een rekentool. Sinds 2020 is deze rekentool ook uitgebreid naar begeleiding door Berenschot. Meer informatie over de rekentool vindt u op deze kennisbankpagina.