Infectiepreventie en hygiëne
19 februari 2026Van zorgorganisaties wordt verwacht dat ze op basis van de landelijke richtlijnen hun eigen protocollen omtrent hygiënisch werken maken. Daarin staat niet alleen aangegeven wat de medewerker moet doen om hygiënisch te werken (toepassing van de richtlijnen), maar ook waar ze materialen kunnen vinden, wat ze moeten doen in geval van een virus, waar ze zich moeten melden na een prikincident, hoe de meldingsprocedure is, wat de afspraken zijn over handsschoenen etc.
Zorgorganisaties dienen de juiste voorwaarden te creëren. Bijvoorbeeld:
- Persoonlijke beschermingsmiddelen moeten beschikbaar zijn, er moet voldoende gelegenheid zijn om handen op de juiste manier te reinigen (zeepdispenser, handalcohol, wegwerkhanddoekjes) en instructie ‘handen wassen’ moet bekend zijn.
- Er moeten voldoende en goede opbergmogelijkheden zijn voor steriele en niet-steriele materialen.
- Medewerkers moeten voldoende tijd hebben om hun handen te wassen en om materialen schoon te maken of te desinfecteren.
- Medewerkers moeten zich bewust zijn van de risico’s, ze moeten deskundig zijn (bijscholing) en protocollen moeten bekend en toegankelijk zijn.
Hygiëne-richtlijnen
Het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid (LCHV) ontwikkelt richtlijnen en dient als vraagbaak. De hygiënerichtlijnen van het LCHV zijn evenals de WIP-richtlijnen geschreven ter voorkoming van infecties. Waar de WIP-richtlijnen zijn bedoeld voor beleidsmakers, richt het LCHV zich op medewerkers/zorgverleners. De LCHV-richtlijnen zijn een praktische uitwerking van het door de WIP vastgestelde beleid. (Lees onderaan deze pagina meer over actualiseren van de WIP-richtlijnen.) Het LCHV heeft hygiënerichtlijnen gemaakt voor verschillende sectoren.
De Hygiënerichtlijn voor verpleeghuizen, woonzorgcentra en kleinschalig wonen geeft praktische leidraden over de hygiëne-eisen waar deze zorgaanbieders aan moeten voldoen. Deze richtlijn is voor het laatst herzien in 2017 en wordt vanaf 2025 herzien. Binnen de richtlijn wordt op sommige plekken nog verwezen naar de verlopen WIP-richtlijnen. Dit kan betekenen dat onderdelen van deze richtlijn niet meer actueel zijn. In deze richtlijn komen aan bod:
- persoonlijke hygiëne medewerkers
- omgang met cliënten
- omgang met lichaamsvloeistoffen
- wondverzorging,
- omgang met en opslag medicijnen en steriele middelen
- preventie van infectieziekten
- isolatie
- MRSA
- Norovirus
- voedselveiligheid
- reinigen en desinfectie.
De Richtlijn Basishygiëne Wijkverpleging is opgesteld in 2024 en richt zich op de basisinfectiepreventiemaatregelen in de wijkverpleging. De richtlijn vervangt de LCHV-adviezen voor de thuiszorg, de Veilige Vijf (2019). Aan bod komen:
- handhygiëne
- persoonlijke hygiëne medewerker
- persoonlijke beschermingsmiddelen
- reiniging en desinfectie van verpleegkundige materialen, hulpmiddelen en oppervlakken
- MRSA en BRMO
Deze richtlijn is in principe niet van toepassing op zorg geleverd vanuit de WMO. Voor zorgtaken die door mantelzorgers worden vervuld is deze richtlijn ook op hun handelen van toepassing. Huishoudelijke hulp aan huis (schoonmaken, boodschappen doen, et cetera) valt niet onder deze richtlijn.
Er is op dit moment geen officiële richtlijn voor de gehele thuiszorg. Er wordt geadviseerd om de algemene beginselen van infectiepreventie zoals beschreven in de hygiënerichtlijn voor verpleeghuizen, woonzorgcentra en kleinschalig wonen te volgen. Wanneer uw organisatie gebruik maakt van de Vilans-kick-protocollen dan staat vaak per handeling beschreven met welke hygiëne-eisen een medewerker rekening moet houden. Die kunt u gebruiken bij het schrijven van een hygiënebeleid.
Nuttige informatie
- De Arbocatalogus VVT heeft onder het thema infectierisico’s duidelijke praktijk- en beleid-tips
- Op de website van het RIVM vindt u alle richtlijnen van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid op een rij
- Binnen het programma Waardigheid en trots is de Wegwijzer voor infectiepreventie ontwikkeld (juni 2022). Klikt u hier voor de download
- Zorgthuisnl is één van de partners van het Kennisplein Zorg voor Beter. Het Kennisplein biedt o.a. informatie aan zorgmedewerkers, beleidsmedewerkers en bestuurders over persoonlijke hygiëne en infectiepreventie (haren, kleding, sieraden). Ook kunt u daar video’s over infectiepreventie bekijken.
Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie
(september 2025)
Het Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie (SRI) herziet als opvolger van de Werkgroep Infectiepreventie (WIP) de richtlijnen infectiepreventie voor de medisch specialistische zorg, publieke gezondheidszorg en langdurige zorg. Deze richtlijnen vormen in Nederland de basis voor infectiepreventie in de medisch-specialistische zorg, openbare gezondheidszorg en langdurige zorg. Het SRI is een samenwerkingsverband tussen de Federatie Medisch Specialisten, de Nederlandse Federatie van Universitair Medisch Centra (NFU), de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), RIVM/Centrum Infectieziektebestrijding (RIVM/CIb), Vereniging voor Hygiëne & Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG) en de Stichting Kwaliteitsimpuls Langdurige Zorg (SKILZ). Het doel van het samenwerkingsverband is het ontwikkelen, onderhouden en beheren van kwalitatief hoogwaardige richtlijnen infectiepreventie.
Waar mogelijk zijn de circa 140 WIP-richtlijnen samengevoegd tot ongeveer 60 nieuwe, actuele SRI-richtlijnen. Een deel van de voormalige WIP-richtlijnen valt echter buiten de scope van SRI of is door nieuwe generieke richtlijnen overbodig geworden. Deze richtlijnen worden daarom niet herzien en per 31 december 2025 ingetrokken. De betreffende richtlijnen zijn verouderd en niet meer actueel. Tot die datum blijven ze nog beschikbaar via WIP-Richtlijnen | RIVM.
In de bijlage van deze brief van het SRI vindt u een overzicht van de richtlijnen die per 31 december 2025 vervallen. Mocht u vragen hebben of signaleren dat essentiële infectiepreventieonderwerpen door het vervallen van deze richtlijnen ontbreken, dan kunt u contact opnemen met het SRI.
Prikaccidenten en MRSA
De Arbowet verplicht de werkgever maatregelen te nemen ter bescherming van de medewerkers. Om u daarbij behulpzaam te zijn, heeft Zorgthuisnl een raamovereenkomst gesloten met VaccinatieZorg BV. Daardoor kunnen leden van Zorgthuisnl van hun diensten gebruik maken tegen gereduceerde kosten via een abonnement.
Kijk voor meer informatie op de kennispagina over prikaccidenten en MRSA
Als centraal meldpunt na een incident heeft VaccinatieZorg BV het PrikPunt ingericht. Heeft een medewerker het vermoeden dat hij/zij in aanraking is geweest met een gevaarlijke agens, dan meldt hij dat bij PrikPunt (altijd bereikbaar). Bij PrikPunt wordt het risico beoordeeld en de vervolgstappen bepaald. Is er sprake van een risico, dan zal de immuunstatus van de medewerker vastgesteld worden en/of een brononderzoek bij de veroorzaker plaatsvinden. Afhankelijk van de bevindingen/het oordeel van de deskundigen wordt verdere behandeling gecoördineerd, of de medewerker wordt met een behandeladvies doorverwezen naar bijvoorbeeld de trombosedienst.
Via de raamovereenkomst van Zorgthuisnl met VaccinatieZorg kunnen de leden van Zorgthuisnl de diensten van PrikPunt gebruik maken tegen gereduceerde kosten via een abonnement. Een alternatief voor de volledige aansluiting bij PrikPunt is dat de aanbieder zich laat melden als incidentele melder. De organisatie is dan bekend bij PrikPunt en geeft vooraf (eenmalig) goedkeuring om het prikaccident af te handelen als de medewerker zich meldt bij PrikPunt.
Het aantal prikincidenten in het verleden kan een graadmeter zijn voor de keuze (aansluiten onder de raamovereenkomst of registreren als incidentele melder).
Zorgthuisnl heeft met PrikPunt/VaccinatieZorg ook een mantelovereenkomst gesloten voor risicoinschatting en begeleiding van personeel na mogelijk contact of besmetting met de MRSA-bacterie.
Zie voor meer informatie: www.vaccinatiezorg.nl.