Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie
Terug naar overzicht
Kennisdocument

Medezeggenschap zorgverleners (Wkkgz)

16 januari 2024

Inleiding
De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) schept verplichtingen voor zorgaanbieders op het gebied van kwaliteit van zorg en omgang met klachten van cliënten. Op 1 juli 2023 is artikel 3 van de Wkkgz gewijzigd en dat is relevant voor veel zorgaanbieders.

Wat is er gewijzigd?
Artikel 3 van de Wkkgz gaat over de kwaliteit van zorg. Daaraan is nu toegevoegd dat zorgaanbieders de zorgverleners in de gelegenheid moeten stellen om invloed uit te oefenen op het beleid. Uit de toelichting bij de wetswijziging blijkt dat het gaat om invloed op zowel het primaire proces van zorgverlening als het zorginhoudelijk beleid van zorgorganisaties.

Het doel van deze wetswijziging is om op deze manier de kwaliteit van zorg te verbeteren. Aangegeven is dat door het actief betrekken van zorgverleners bij het beleid en management op alle niveaus binnen zorgaanbieders, zij de mogelijkheid krijgen om mee te denken over de zorgverlening van de organisatie, wat volgens de wetgever de kwaliteit van de zorg ten goede zal komen. In de toelichting is verder aangegeven dat deze invloed in verschillende zorgsoorten al goed van de grond komt, maar noemt voornamelijk verpleegkundigen en verzorgden waarbij de invloed nog beter geregeld kan worden.

Invloed van zorgverleners
Hoe kunt u de invloed van o.a. verpleegkundigen en verzorgenden vergroten? Er zijn verschillende manieren om invloed op het zorginhoudelijk beleid en het primaire proces te bewerkstelligen. De wetgever heeft bewust gekozen om dit vast te leggen binnen een open norm:

“zorgverleners moeten invloed hebben op het primaire proces van zorgverlening en zorginhoudelijk beleid van organisaties”. De zorginstelling is dus vrij dit (in)formeel op eigen wijze te organiseren.

Concreet houdt het in dat een organisatie niet voldoet aan het criterium ‘goede zorg’ indien zorgverleners niet of te laat betrokken worden bij het opstellen van het beleid of het primaire werkproces.

Voorbeelden
De Memorie van Toelichting noemt een aantal voorbeelden van invloed op het primaire proces:

  • Zorgverleners moeten met de leidinggevende kunnen afstemmen hoe zij bijvoorbeeld de ronde in het ziekenhuis of in de wijk willen lopen. Uiteindelijk weten de verpleegkundigen vanuit hun professionele ervaring op welke manier en op welk moment het het beste werkt.
  • Daarnaast wordt als voorbeeld gegeven dat zorgverleners invloed moeten kunnen hebben op beleidskeuzes zoals het aanschaffen van bepaalde nieuwe bedden of de capaciteit van een zorgaanbieder. Als organisaties beleid willen maken dat de zorgverlening raakt, worden zorgverleners hierbij betrokken. Het is belangrijk dat zorgverleners vanaf het begin worden betrokken, zodat bij het maken van het beleid de juiste keuzes gemaakt kunnen worden. Een organisatie voldoet dus niet aan het criterium «goede zorg» als zorgverleners pas in de laatste fase betrokken worden bij het maken van beleid, omdat dit kan leiden tot suboptimale keuzes.
  • Voorbeelden van andere ontwikkelingen waarbij zorgverleners goed betrokken moeten worden zijn de transities die de komende jaren gaan plaatsvinden binnen de zorg. Binnen het traject de juiste zorg op de juiste plek zal meer zorg in de eerste/anderhalve lijn worden georganiseerd: Zorg buiten het ziekenhuis en waar passend met gebruik van digitale hulpmiddelen. Om deze transities vorm te kunnen geven binnen zorgaanbieders is de professionele expertise van de zorgverlener onontbeerlijk. Zeker ook omdat het een grote impact heeft op de manier waarop professionals zorg verlenen.

Hoe moet deze invloed concreet worden vormgegeven?
Het is aan zorgorganisaties zelf om te kiezen op welke manier zij professionele invloed op zorginhoudelijk beleid borgen. De wet geeft geen verplichting om het op een bepaalde manier te regelen. Afhankelijk van hoe groot en hoe divers een zorgaanbieder is, kiest een aanbieder voor de methode die het best bij die organisatie past.

De Memorie van Toelichting somt een aantal voorbeelden op:

  • Een adviesraad van zorgverleners (VAR/PAR): dat betreft een groep van zorgverleners die als gesprekspartner optreedt.
  • Daarnaast kan ook gedacht worden aan een CNO (chief nursing officer) of een verpleegkundig directeur. Of het opnemen van een zorgverlener in de raad van bestuur.
  • Ten slotte kan een organisatie ervoor kiezen om een zorgverlener op te nemen in de Raad van Bestuur. Voor bepaalde organisaties, met een homogene beroepsgroep, kan dit ook een goede manier zijn om invloed van zorgverleners te borgen. In het kwaliteitskader verpleeghuiszorg is al zo’n bepaling opgenomen: “Elke zorgorganisatie borgt professionele inbreng in het aansturen van de organisatie door opname van een specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundige of psychosociaal zorgverlener als lid van de Raad van Bestuur. Zolang dit (nog) niet is gerealiseerd dient er structureel overleg te zijn tussen de Raad van Bestuur met vertegenwoordigers van de genoemde beroepsgroepen.”

Ook van toepassing op kleine zorgaanbieders?
Artikel 3 lid 2 Wkkgz richt zich op zorginstellingen, dus niet op solisten. Bij solistisch werkend zorgverleners wordt ervan uitgegaan dat zij al hun eigen beleid bepalen.

Voor kleine zorgaanbieders geldt dat de invloed van de zorgverlener op het zorginhoudelijke beleid en de wijze van zorgverlening onmisbaar is om goede zorg te realiseren. In kleine organisaties zijn overlegstructuren, zoals een CNO of een VAR onwerkbaar. Daarom is er gekozen voor een open norm. Binnen kleine organisaties vindt er vaak op informele wijze al afstemming plaats over de wijze van zorgverlening en het zorginhoudelijk beleid. Dit geldt in het bijzonder voor kleine eerstelijns zorgaanbieders, waar vaak helemaal geen sprake is van een managementlaag of een directie. Als binnen kleine eerstelijns instellingen, formeel of informeel, al sprake is van invloed van de zorgverleners op het zorginhoudelijke beleid, dan volstaat dat. Het is aan de IGJ om op een kwalitatieve wijze te toetsen of de zorgverleners binnen kleine instellingen zich voldoende gehoord voelen. Dit kan in een gesprek tussen de IGJ en de zorgaanbieder, waardoor er geen extra administratie bijgehouden hoeft te worden.

Toezicht en handhaving
De IGJ gaat toezien op deze vorm van invloed. Werkgevers zijn met deze wetswijziging verplicht om invloed van zorgverleners binnen hun organisaties op het beleid en de wijze van zorgverlening een plek te geven. Aangegeven wordt dat IGJ tijdens de jaarlijkse kwaliteitsgesprekken met zorgaanbieders de werkgever en de zorgverleners kan bevragen over de wijze waarop invloed van zorgverleners binnen de organisatie geborgd is.

Wat betekent deze wetswijziging voor leden van Zorgthuisnl?
Zorgaanbieders zullen aan de slag moeten met deze wetswijziging van artikel 3 van de Wkkgz, voor zover de invloed van zorgverleners nog niet (voldoende) geregeld is. De invulling van de invloed is aan de zorgaanbieders gelaten door de wetgever, dus dit geeft veel vrijheid om te bekijken welke vorm van invloed binnen de eigen organisatie past. Het is aan de zorginstellingen om te zorgen dat deze invloed ook daadwerkelijk kan plaatsvinden, omdat anders het risico bestaat dat de zorgorganisatie geen zorg levert die kwalificeert als ‘goede zorg’ onder de Wkkgz.
In hoofdstuk 8 van de cao (het goede gesprek) is invloed en zeggenschap van de medewerker ook aan de orde.
De website zeggenschap in de zorg  biedt instrumenten en leermiddelen om zeggenschap te versterken, maar bijv. ook de e-learning ‘Versterk je zeggenschap’. Deze e-learning is eveneens via onze eigen digitale leeromgeving beschikbaar.

Wet- en regelgeving
Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg
Memorie van Toelichting wijziging Wkkgz ivm invloed van zorgverleners