Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie
Terug naar overzicht
Kennisdocument

Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties

23 juli 2024

Inleiding
Begin 2016 is de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties aangenomen. Nadien is de handhaving van de wet steeds uitgesteld (behoudens kwaadwillenden). De regering wil de handhaving ter hervatten op 1 januari 2025. De mogelijkheden tot handhaving gedurende het moratorium zijn wel aangescherpt: vanaf 1 januari 2020 kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.  In de brief van 4 februari 2020 aan de Tweede Kamer wordt voor de handhaving aangegeven sectorspecifiek te werk te gaan; de eerste sectorbenaderingen zijn o.a. in de zorg, nl. ziekenhuizen en zelfstandige klinieken.

De minister is voornemens de Wet dba te vervangen door een andere wet. Leest u hier zijn voornemens, roadmap vervanging DBA (2018):
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2018/02/09/kamerbrief-roadmap-vervanging-dba 

en (24.06.2019) de brief van minister Koolmees en staatssecretaris Snel (24/6) aan de Tweede Kamer over de voortgang rond de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Dba).

In 2021 is de pilot met de webmodule gestart.

Op 16 december 2022 heeft minister Van Gennip de voortgangsbrief over werken met en als zelfstandige(n) naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin leest u hoe het verder gaat met de Wet dba, en het opheffen van het handhavingsmoratorium. Deze brief kreeg een vervolg in de brieven van 2 juni 2023 en 24 januari 2024:  voortgangsbrief PNIL-werkprogramma en voortgangsbrief werkprogramma Personeel niet in loondienst.
Minister Van Gennip heeft in het najaar van 2023 de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden in consultatie gebracht als opvolger voor de Wet dba. De nieuwe regering is van plan de behandeling van dat wetsvoorstel voort te zetten.

Kijkt u op onze kennisbank zeker ook naar de informatie die we beschikbaar hebben over het onderwerp ‘zelfstandig zorgverlener’.

Het doel
Doel van de wetgeving is de verantwoordelijkheden van de opdrachtnemer en de opdrachtgever bij het beoordelen van hun arbeidsrelatie beter in balans te brengen (afschaffing vrijwarende werking van de VAR), waardoor de mogelijkheden om te handhaven door de Belastingdienst worden verbeterd en schijnzelfstandigheid wordt teruggedrongen.

In het fiscale recht en in het socialezekerheidsrecht wordt onderscheid gemaakt tussen zelfstandigen en werknemers. Of iemand een zelfstandige is of een werknemer, wordt beoordeeld op basis van de geldende wetgeving en de bijbehorende jurisprudentie (gezag, vrije vervanging, aantal opdrachtgevers e.d). Het onderscheid tussen zelfstandige en werknemer is in de uitvoeringspraktijk van belang voor de vraag of er sprake is van inhoudings- en premieplicht voor de loonheffingen en verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen. Het is de wettelijke taak van de Belastingdienst om dit te controleren en waar nodig te handhaven. Door gebruik te maken van door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomsten hebben partijen zekerheid omtrent de loonheffingen, de zekerheid dat er buiten dienstbetrekking gewerkt wordt. Hoe de Belastingdienst aankijkt tegen de inkomsten van de zzp’er (winst uit onderneming, loon uit dienstbetrekking of resultaat uit overige werkzaamheden), beoordeelt de Belastingdienst bij de aangifte inkomstenbelasting.

Modelovereenkomst
Op de site van de Belastingdienst worden modelovereenkomsten gepubliceerd. Klikt u hier voor de link. U vindt daar ook het door Zorgthuisnl ontwikkelde model voor het via een instelling laten verrichten van thuiszorg door een zelfstandige. Het model is geldig gedurende 2023 en  2024.