Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie
Terug naar overzicht
Kennisdocument

Wet normering topinkomens (WNT)

23 juli 2024

Algemeen
De Wet normering topinkomens (WNT) heeft tot doel beloningen en vergoedingen in de (semi-)publieke sector op een maatschappelijk aanvaardbaar niveau te brengen/houden door te hoge beloningen/vergoedingen tegen te gaan. De WNT stelt daarom een maximum aan wat topfunctionarissen (de hoogst leidinggevenden en toezichthouders) mogen verdienen of aan ontslagvergoeding mogen ontvangen.
Sinds juli 2017 geldt de Evaluatiewet WNT.

Openbaarmakingsplicht
WNT-instellingen zijn verplicht jaarlijks hun WNT-verantwoording op te nemen in het financieel verslaggevingsdocument (hierna: de jaarrekening). Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de modelverantwoording WNT. Zorginstellingen moet daarbij ook de totaalscore en de daaruit volgende klassenindeling op basis van de regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp opnemen in de WNT-verantwoording. Een accountant moet elk jaar controleren of de WNT goed is toegepast en hier een ondertekende controleverklaring over afgeven.

Bezoldigingsregimes
In de WNT worden drie bezoldiging regimes geïntroduceerd, en elke sector is ondergebracht in één van die regimes. De regimes kennen een aflopende zwaarte:
– bezoldigingsmaximum (basis: via 130% naar 100% van een ministersalaris);
– sectorale bezoldigingsnorm; en
– openbaarmakingverplichting.

De normering geldt alleen voor de topfunctionarissen: daarmee worden bedoeld de bestuurders, de hoogste interne toezichthouders, de hoogst leidinggevende functionarissen of het hoogste managementniveau van een instelling. Alle WTZi-instellingen zijn onder het eerste regime gebracht: het beloningsmaximum.
Hogere bezoldigingen worden in de WNT gezien als onverschuldigd betaald.

Zorgaanbieders in de care hebben te maken met het bezoldigingsmaximum.
Daarenboven geldt openbaarmaking voor topfunctionarissen (met en zonder dienstbetrekking) en voor niet-topfunctionarissen boven de bezoldigingsnorm.
De WNT-norm voor 2013 is € 228.599. Na indexering voor 2014 is het bezoldigingsmaximum (excl. de door de werkgever verschuldigde verplichte sociale premies) € 230.474. Met ingang van 1 januari 2015 is de norm verder verlaagd en komt overeen met het salaris van een minister. Dat betekent dat het maximum salaris (inclusief vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering) € 144.108 bedraagt. Plus onkosten en pensioenbijdrage komt dat neer op € 178.000 per jaar.
Per 1 januari 2016 is de klassenindeling van kracht, waarbij voor verschillende klassen verschillende bezoldigingsmaxima gelden.
Bij de indeling in een klasse van een rechtspersoon of instelling in de zorg- of welzijnssector, geldt een combinatie van complexiteit (kennis, verzorgen geneeskundige vervolgopleidingen, aantal financieringsbronnen) en omzet. Deze regeling is na te lezen in de Staatscourant van 30 november 2015: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2015-42674.html 
Die regeling is het jaar daarna aangepast; zie de publicatie in de Staatscourant van 23 november 2016: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2016-62589.html
Het maximum voor 2017 is in diezelfde publicatie na te lezen: € 181.000, waarbij dus van belang is in welke klasse uw instelling valt.
Het algemeen bezoldigingsmaximum voor 2018 is vastgesteld op € 187.000. In de Staatscourant van 21 november 2017 zijn de bedragen per klasse terug te lezen.

Voor 2019 is het algemene bezoldigingsmaximum vastgesteld op € 194.000. In de Staatscourant van zijn de bedragen per klasse vastgesteld. Ook is een verandering doorgevoerd rond het aantal/de omvang van de financieringsbronnen. Leest u hier de publicatie voor het kalenderjaar 2019.
Voor 2020 is het algemene bezoldigingsmaximum vastgesteld op € 201.000; leest u hier de publicatie in de Staatscourant voor de bedragen per klasse.
Voor 2021 is het algemene bezoldigingsmaximum vastgesteld op € 209.000. De sectorale bedragen kunt u via deze link lezen, of u pakt de publicatie in de Staatscourant erbij. We attenderen u op de toelichting van minister Van Ark (zie artikelgewijze toelichting in de Staatscourant): zij geeft in overweging om gematigd om te gaan met de loonruimte die in 2021 ontstaat door de indexering.
Voor 2022 is het algemene bezoldigingsmaximum vastgesteld op € 216.000. Leest u hier de publicatie in de Staatscourant voor de bedragen per klasse.
Voor 2023 is het algemene bezoldigingsmaximum vastgesteld op € 223.000. Leest u hier het nieuwsbericht van de Rijksoverheid.
Voor 2024 is het algemene bezoldigingsmaximum vastgesteld op € 233.000. Leest u hier de publicatie in de Staatscourant voor de bedragen per klasse.

 

Aanleveren
WNT-gegevens kunt u aanleveren tegelijkertijd met het jaardocument maatschappelijke verantwoording (JMV, deadline 1 juni. Voor alleen WNT gegevens is de deadline 1 juli). Er is een model voor beschikbaar op beide hieronder genoemde sites.
Met vragen kunt u terecht bij normeringtopinkomens@minvws.nl

Actuele informatie treft u op de volgende sites:

 

Online publicatieplicht
In het kader van transparantie moet de WNT-verantwoording algemeen toegankelijk en eenvoudig te vinden zijn. Met ingang van 1 januari 2018 is het dan ook voor alle WNT-instellingen verplicht de WNT-verantwoording op een algemeen toegankelijke wijze op internet openbaar te maken voor een periode van tenminste zeven jaar.

Toezicht op de naleving van de WNT
Het CIBG is aangewezen als toezichthouder op de WNT binnen het zorgveld. Sinds 1 januari 2021 voert het CIBG steekproefsgewijs toezicht uit naar de naleving van de openbaarmakingsverplichtingen uit de WNT.