De Generatieregeling
23 januari 2026Per 1 januari 2026 is de Generatieregeling in de Cao van kracht. Hiermee kan de arbeidsduur met 20% worden verminderd met behoud van 90% van het salaris. U vindt deze in artikel 7.3.6 van de Cao VVT.
Berekening vakantiegeld en eindejaaruitkering over salaris
De hoogte van het vakantiegeld en eindejaarsuitkering wordt geregeld in artikel 4.2.11 en 4.2.12 Cao VVT. Het vakantiegeld betreft 8% en de eindejaarsuitkering 8,33% van het salaris. Er kan voor jou een minimumbedrag van toepassing zijn op grond van artikel 4.2.11 lid 4 en artikel 4.2.12 lid 5. Met salaris wordt in de cao het salaris bedoeld exclusief toeslagen, bijdragen, uitkeringen, vergoedingen en tegemoetkomingen (Bijlage 2 artikel 1.1 lid 17). Tijdens de generatieregeling ontvangt een medewerker een bruto financiële tegemoetkoming van 10% (artikel 7.3.6 lid 5 cao VVT). Omdat deze niet wordt meegenomen in de definitie van het cao-salaris bouwt de medewerker geen vakantiegeld of eindejaarsuitkering op over de tegemoetkoming. Een medewerker ontvangt dus vakantiegeld en eindejaarsuitkering over ‘80%’.
De financiële vergoeding van 10% is wel pensioengevend.
Berekening loondoorbetaling bij ziekteverzuim
Als een medewerker ziek wordt tijdens deelname aan de generatieregeling, bestaat in het eerste ziektejaar recht op 100% loondoorbetaling over 90% (80 + 10%) en in het tweede ziektejaar op 70% loondoorbetaling over 90% (80+10%). De 10% bruto financiële vergoeding maakt deel uit van het naar tijdsruimte vastgestelde loon, omdat er sprake is van een structurele en periodieke looncomponent.
Grondslag WIA-berekening bij arbeidsongeschiktheid (van 35-100%)
De hoogte van een IVA-uitkering (80-100% arbeidsongeschikt) is 75% van het WIA-maandloon. Het WIA-maandloon is het gemiddelde sociale verzekeringsloon (sv-loon) dat de medewerker verdiende in het jaar voordat deze ziek werd. De bruto-financiële vergoeding van 10% telt mee voor het sv-loon.
Bij een loongerelateerde uitkering en loonaanvullingsuitkering (35-80% arbeidsongeschikt) wordt tevens uitgegaan van het WIA-maandloon. Ook hier wordt de bruto-financiële vergoeding van 10% meegenomen in de hoogte van de uitkering.
Let op: het hangt dus af van het moment waarop je arbeidsongeschikt wordt wat de grondslag van de WIA-berekening wordt.
Grondslag WW-uitkering
De hoogte van de WW-uitkering wordt berekend met het sv-loon dat de medewerker verdiende in het jaar voor deze werkloos werd. De bruto-financiële vergoeding van 10% telt mee voor de hoogte van het sv-loon. De WW-uitkering wordt gebaseerd op 90%.
Let op: het hangt af van het moment waarop je werkloos wordt wat de grondslag van de je WW-uitkering wordt.
Arbeidsduur naar 80%
Het terugbrengen van de arbeidsduur naar 80% moet als volgt worden uitgelegd. Afgesproken is dat de overeengekomen arbeidsduur wordt teruggebracht tot 80% vanaf het moment van deelname aan de generatieregeling. Dit is een standaardregel zonder de mogelijkheid om hiervan af te wijken. Omdat tenminste 18 uur blijven werken ook een harde voorwaarde is, moet met beide rekening worden gehouden. Deze twee samen maken dat een medewerker met een contract vanaf 22,5 uur gebruik kan maken van de generatieregeling. Het is op basis van dit artikel bijvoorbeeld niet mogelijk om een contract van 22 uur terug te zetten naar 18 uur, omdat je met die 80% onder 18 uur uitkomt.
Addendum bij arbeidsovereenkomst bij deelname generatieregeling
In artikel 7.3.6 leden 4 en 8 Cao VVT staat omschreven dat de overeengekomen arbeidsduur wordt teruggebracht tot 80% en alle met de omvang van de arbeidsduur samenhangende arbeidsvoorwaarden, aanspraken, rechten en plichten. De afspraken worden schriftelijk vastgelegd in een addendum (een wijziging op de arbeidsovereenkomst).
Zorgthuisnl heeft een voorbeeld opgesteld voor een addendum bij deelname aan de generatieregeling. Daarin zijn de bepalingen opgenomen die bij deelname aan de regeling afwijken van de cao. De overige bepalingen uit de Cao VVT -die ook in de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst moet zijn opgenomen- blijven van toepassing.
Hier vindt u het Voorbeeld Addendum AO generatieregeling CAO VVT
Een aanpassing van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst aan te passen op de generatieregeling. Dan zal na afloop van de generatieregeling de arbeidsovereenkomst opnieuw aangepast moeten worden en is het ook mogelijk om BalansBudget op te nemen voor 80%.
Verlaging contract tijdens looptijd generatieregeling
Verlaging van het contract van de medewerker tijdens de generatieregeling is niet wat met de regeling is beoogd. In de Cao VVT wordt verdere afbouw van de arbeidsduur daarom niet geregeld. De cao regelt alleen een keuze voor de 80-90-100 of 80-90-90 variant. Voor medewerkers die direct voorafgaand aan deelname aan de generatieregeling minder dan 120% van het wettelijk minimumuurloon verdienen, is er een keuze voor een 80-95-100 of 80-95-95 variant.
Voorafgaand aan gebruikmaking van de generatieregeling moet namelijk op grond van artikel 7.3 het Afweegkader duurzame inzetbaarheid worden besproken én doorlopen. Doel hiervan is gezond de AOW-gerechtigde leeftijd te halen. Voordat de keuze wordt gemaakt om gebruik te maken van de generatieregeling, wordt eerst gekeken naar andere mogelijkheden om de belasting te verminderen, zoals het afbouwen van bepaalde diensten, het opnemen van het BalansBudget, minder werken met deeltijdpensioen e.d. Verlaging van het contract had dus eerder moeten worden afgewogen dan de generatieregeling.
Opname BalansBudget-uren (artikel 7.3.6 lid 3b en 3c)
Medewerkers kunnen tijdens de Generatieregeling geen uren uit hun BalansBudget opnemen. De medewerker kan het BalansBudget voorafgaand of na afloop van de Generatieregeling opnemen.
De cao laat echter toe dat de BalansBudget-uren ook na afloop van de regeling kunnen worden opgemaakt. Omdat dit niet mag leiden tot verlenging van de regeling of van het arbeidscontract, spreekt u met de medewerker een kortere looptijd af voor de Generatieregeling (op basis van artikel 7.3.6 lid 2 waarin werkgever en werknemer afspraken maken over de individuele looptijd van de generatieregeling). De duur van de generatieregeling moet worden verkort met de BalansBudget-uren die bij de start van de regeling over zijn.
Als de BalansBudget-uren na afloop van de regeling worden opgenomen en er is een addendum afgesproken met de medewerker, dan vervalt het addendum na afloop van de generatieregeling en worden de BalansBudget-uren op basis van de oorspronkelijke arbeidsduur opgenomen. Het addendum loopt immers af voordat de AOW-leeftijd is bereikt en dus herleeft het oorspronkelijk contract. Houd hier rekening mee bij het bepalen van de einddatum van de regeling.
NB: BalansBudget-uren die tijdens de generatieregeling worden gespaard, kunnen niet meer worden opgenomen, wat sparen zinloos maakt. Het is daarom van belang dat u met de medewerker bespreekt dat deze tijdens de regeling geen bronnen omzet naar het BalansBudget. BalansBudget kan niet tijdens de regeling worden opgenomen, vakantie-uren moeten allemaal tijdens de regeling worden opgenomen of bij einde arbeidsovereenkomst worden uitbetaald.
Opbouw en opname vakantie-uren tijdens de regeling
Tijdens de generatieregeling bouwt de medewerker (op basis van de nieuwe arbeidsduur van 80%) weer nieuwe wettelijke en bovenwettelijke vakantie-uren op. Die worden tijdens de regeling opgemaakt of achteraf uitbetaald (en dus niet omgezet naar BalansBudget). Ook tijdens de regeling is immers verlof nodig, voor vakantie of bijvoorbeeld voor bepaalde bijzondere gebeurtenissen.
Voorbeeldrekening over financiële gevolgen
Vanuit het SOVVT is opdracht gegeven aan FWG en Yaacomm om een rekentool te ontwikkelen voor de Generatieregeling. Oplevering vindt, naar verwachting, plaats in januari 2026. In de rekentool kunnen medewerkers berekenen wat de netto-gevolgen zijn van deelname aan de generatieregeling.
Betaalde nevenactiviteiten tijdens de Generatieregeling
In de Cao is geen verbod op betaalde extra nevenactiviteiten opgenomen. Echter, als een medewerker gebruik maakt van een vrijwillige voortzetting, geldt bij PFZW de voorwaarde dat de medewerker niet ergens anders pensioenvermogen opbouwt voor de uren die de medewerker minder gaat werken. Indien de medewerker wel ergens anders pensioenvermogen gaat opbouwen, dan moet de vrijwillige voortzetting worden beëindigd. Meer informatie daarover is te vinden op de website van PFZW.