Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie
Terug naar overzicht
Kennisdocument

Wet verbetering poortwachter (Wvp)

29 januari 2026

Inleiding
In de Wvp, die per 1 april 2002 van kracht werd, staan regels waaraan werkgevers en werknemers zich moeten houden bij langdurig ziekteverzuim, vooral in het eerste jaar. De regels zijn niet vrijblijvend: bij het niet nakomen ervan is het mogelijk dat de werkgever – maar ook de werknemer – te maken krijgt met sancties.
Ziekteverzuim in het bedrijf overkomt iedere werkgever. Vaak zijn zieke werknemers snel weer beter. Maar soms duurt verzuim veel langer dan werd gedacht of verwacht. De rechten en plichten liggen vast in de Wet verbetering poortwachter (Wvp). Voor de werkgever is de ‘regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar’ de belangrijkste regeling.

Het doel van deze wet
In de Wet verbetering poortwachter is geregeld wat werknemers en werkgevers moeten doen om te bevorderen dat (langdurig) zieke werknemers zo snel mogelijk weer aan de slag gaan.

Inhoud en toepassing van de wet
Uitgangspunt van de Wet verbetering poortwachter is dat werknemers geen arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgen voordat alle mogelijkheden tot re-integratie zijn uitgeput. Bij de aanvraag van een WIA-uitkering, toetst UWV het doorlopen re-integratietraject daarom streng, in de zogeheten Poortwachtertoets. Als werkgever en werknemer zich niet voldoende hebben ingezet, moet de werkgever het loon blijven doorbetalen terwijl hij samen met de werknemer alsnog alles op alles zet om re-integratie mogelijk te maken. De poortwachtersplichten gelden ook in het tweede ziektejaar.

Poortwachter in het kort

  • De zieke moet binnen een week zijn aangemeld bij de arbodienst of de bedrijfsarts.
  • Werkgever en arbodienst of bedrijfsarts houden contact met de zieke, minimaal eens in de zes weken. Samen onderzoeken ze de mogelijkheden om weer aan de slag te gaan.
  • Denkt de arbodienst of bedrijfsarts na zes weken, dat het langer gaat duren? Dan geeft de arbodienst of bedrijfsarts de werkgever en de werknemer een probleemanalyse: een advies over de onderzochte mogelijkheden.
  • Is werken aan herstel en re-integratie mogelijk en zinvol? Dan maken werkgever en werknemer uiterlijk in de achtste week een plan van aanpak. Zij moeten een casemanager aanstellen die de uitvoering van het plan bewaakt.
  • Men moet eerst werken aan re-integratie binnen het eigen bedrijf. Lukt dat niet, dan moet de werkgever zelf de re-integratie bij een andere organisatie in gang zetten en daarbij zo nodig een re-integratiebedrijf inschakelen (zogeheten tweede spoor).
  • In een re-integratiedossier wordt alles vastgelegd wat er wordt afgesproken en gedaan. Regelmatige bijsturing kan gewenst zijn. De werknemer en de arbodienst of bedrijfsarts moeten een afschrift hebben van het plan van aanpak en van de eventuele bijstellingen.
  • Na 42 weken meldt de werkgever het verzuim aan UWV (42e weeksmelding).
  • Na een jaar ziekte is er een verplicht evaluatiemoment tussen werkgever en werknemer. Dit is ook het uiterlijke moment voor inzet tweede spoor.
  • Is de werknemer na twintig maanden nog niet aan de slag? Dan stellen werknemer en werkgever samen een re-integratieverslag (RIV) op: wat is er concreet gedaan en bereikt en wat vinden ze daarvan? Als de werknemer een arbeidsongeschiktheidsuitkering aanvraagt, controleert UWV dit RIV. Alleen als werknemer en werkgever zich genoeg hebben ingespannen om te voorkomen dat een uitkering nodig is, volgt eventueel de keuring.
  • De eindevaluatie vindt plaats met 91 weken.
  • WIA-aanvraag en RIV vinden plaats in week 93.
  • Als werkgever en werknemer beide denken dat ze met wat extra tijd alsnog zullen slagen, kunnen ze aan UWV vragen de keuring (maximaal een jaar) uit te stellen.
  • Bij 104 weken is het einde wachttijd.

Tijdschema Wvp

Als de werkgever met de werknemer en/of arbodienst van mening verschilt over de re-integratie, dan kan hij bij het UWV een deskundigenoordeel aanvragen. Zie hieronder tekst over deskundigenoordeel.

Gevolgen van deze wet voor u
(29 januari 2026)
U bent als werkgever samen met de zieke werknemer zelf verantwoordelijk voor een (snelle) re-integratie. Hieraan zijn voor beide partijen tal van voorschriften verbonden. Het UWV geeft duidelijk aan welke stappen gezet moeten worden en welke documenten daarbij horen. Kijkt u ook bij de Werkwijzer poortwachter en de Quick start.

Het re-integratieverslag (RIV)
Het UWV doet de RIV-toets en de WIA-beoordeling niet gelijktijdig. Ze kijkt of het RIV compleet is (administratieve beoordeling), of resultaat is behaald (belangrijker dan de procesgang) en beoordeelt achteraf de inhoud en of er kansen zijn gemist (inhoudelijk oordeel).

UWV toetst of alle documenten aanwezig zijn. Een compleet RIV bestaat uit:

  1. probleemanalyse
  2. plan van aanpak
  3. bijstelling probleemanalyse
  4. (eerstejaars)evaluatie
  5. actueel oordeel bedrijfsarts of arbodienst
  6. eindevaluatie
  7. medische informatie

Let op: Zorg dat deze documenten tijdig worden geüpload bij het UWV. Een incompleet RIV leidt al snel tot verlenging van de loondoorbetaling van maximaal 52 weken.

In deze Presentatie van het UWV leest u van slide 20 t/m 28 leest u hoe de toetsing van het RIV door het UWV plaatsvindt.

Wij raden u aan de formele stappen een plek te geven in uw ziekteverzuimbeleid.

Ook voor zieke tijdelijke krachten moet u re-integratie-inspanningen verrichten (volgens de Wvp).

Actuele informatie
(27 januari 2026)
Zorgthuisnl samen met UWV een leden-bijeenkomst gehouden over de actuele stand van zaken omtrent:

  • Instroom WIA
  • 60+ regeling
  • Compensatie transitievergoeding bij langdurig arbeidsongeschiktheid
  • Verplichtingen o.g.v. Wvp
  • Uitval na einde wachttijd

Hier vindt u de presentatie van de bijeenkomst met UWV.

Hier leest u wat er in het doelgroepenregister staat: Doelgroepregister, wat is het en de voorwaarden | UWV

Als een werknemer in het doelgroepregister staat, zijn er regelingen voor de werkgever waaronder de no risk-polis en het LKV (vanaf januari 2026 structureel): Regelingen voor werkgevers met werknemer met uitkering | UWV

LKV voor Scholingsbelemmerden is afgeschaft: Loonkostenvoordeel doelgroep banenafspraak | UWV

Gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WGA) en Ziektewet
(23 juli 2025)
Werkgevers kunnen zich herverzekeren bij het UWV voor de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WGA) en de Ziektewet. De premies worden voor elke werkgever apart vastgesteld. De Belastingdienst stuurt aan het eind van het jaar aan elke grote en middelgrote werkgever een beschikking met de individueel gedifferentieerde premies en aan elke kleine werkgever een mededeling met de voor hen geldende sectorale premies. Dit geldt alleen voor werkgevers die publiek (bij het UWV) verzekerd zijn (en dus niet het eigen risico dragen). De gedifferentieerde premies WGA en Ziektewet worden aan het eind van elk jaar bekend gemaakt in ons document Salarisinformatie CAO VVT (zie voor het meest recente document kennisbankdossier CAO VVT). De nota van het UWV ′gedifferentieerde-premies-wga-en-ziektewet-2026′ geeft inzicht in de bouwstenen waarmee het UWV per werkgever de gedifferentieerde premies voor de WGA en de Ziektewet voor het premiejaar berekent.

Eigenrisicodragerschap
(23 juli 2025)
De gedifferentieerde premie Ziektewet en de gedifferentieerde premie WGA gelden voor werkgevers die verzekerd zijn via het UWV. U kunt ervoor kiezen hiervoor eigenrisicodrager te worden. U betaalt bij een eigenrisicodragerschap van één of beide verzekeringen geen publieke premie voor de bijbehorende premiecomponenten. U kunt op 1 januari en 1 juli van elk jaar een aanvraag tot eigenrisicodragerschap indienen. Deze moet uiterlijk 3 maanden van tevoren bij de Belastingdienst worden ingediend. Het eigenrisicon kunt u herverzekeren bij een private verzekeringsmaatschappij. Ziet u af van een verzekering dan betaalt u eventuele uitkeringen van uw medewerkers zelf.

Het deskundigenoordeel
(18 maart 2025)
Bij een deskundigenoordeel beoordeelt een onafhankelijke verzekeringsarts of een arbeidsdeskundige van het UWV de medische situatie van een (zieke) werknemer. Vervolgens legt de deskundige het oordeel schriftelijk vast in een rapport. Het deskundigenoordeel kan betrekking hebben op:

  • De arbeids(on)geschiktheid van de werknemer
  • De re-integratie-inspanningen van de werkgever en werknemer
  • De passende functie voor de zieke werknemer. Het UWV is wettelijk verplicht om zo’n deskundigenoordeel af te geven. Helaas kampt het uitvoeringsinstituut nog steeds met capaciteitsproblemen, waardoor dit niet altijd lukt. Wel maakt het UWV onderscheid tussen schrijnende en niet-schrijnende situaties.

Weegt het deskundigenoordeel zwaarder dan het oordeel van de bedrijfsarts?
Een deskundigenoordeel kan uitkomst bieden wanneer er tijdens de re-integratie onenigheid ontstaat tussen werkgever en werknemer over bijvoorbeeld de belastbaarheid of de re-integratiemogelijkheden. Als de partijen er samen niet uitkomen, kan een deskundigenoordeel van het UWV duidelijkheid bieden over wat redelijk is. Maar welk oordeel weegt het zwaarst wanneer het deskundigenoordeel van het UWV haaks staat op het oordeel van de bedrijfsarts?

De rechter heeft duidelijkheid gegeven in een uitspraak over een situatie waarin een eerste bedrijfsarts en twee UWV-deskundigen oordeelden dat er sprake was van een medisch objectiveerbare ziekte en dat de werknemer niet in staat is om te re-integreren. Een tweede bedrijfsarts oordeelde echter dat er geen sprake was van arbeidsongeschiktheid op medische gronden en stuurde de werknemer terug naar de werkgever. Uit de adviezen van de (tweede) bedrijfsarts blijkt echter niet dat deze arts medische informatie heeft ingewonnen bij de behandelende arts(en) van de werknemer.

De rechter stelt vast dat aan het deskundigenoordeel van het UWV geen rechtsgevolgen kunnen worden verbonden, maar dat dat echter niet wil zeggen dat partijen dit deskundigenoordeel zomaar van tafel kunnen schuiven. Het oordeel heeft zeker waarde wanneer dit niet overeenstemt met het oordeel van de bedrijfsarts. Op basis van het voorgaande kent de rechter in dit geval dan ook meer waarde toe aan het deskundigenoordeel. Hier leest u de uitspraak van de rechter.

Vereenvoudigde WIA-beoordeling 60+
(januari 2026)
Als er een WIA-beoordeling (WIA-toets) moet plaatsvinden, kan dat vanwege de forse achterstand bij het UWV soms lang duren. Daarom heeft het UWV de voorrangregeling voor 60-plussers heringevoerd per 1 september 2025. De 60+-maatregel is ontwikkeld om 60-plussers die twee jaar ziek zijn niet langer standaard te laten beoordelen door een verzekeringsarts om te bepalen of ze in aanmerking komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De vereenvoudigde WIA-beoordeling wordt dan gedaan door een arbeidsdeskundige. Hiermee is sneller duidelijk of iemand een WIA-uitkering krijgt. Uw medewerker en u moeten toestemming geven voor de vereenvoudigde claimbeoordeling. Lees hier de uitleg van het UWV.

Tijdelijke beslistermijnverlenging voor WIA-uitkeringen en herbeoordelingen
(29 januari 2026)
Vanwege de lange wachttijd en onduidelijkheid over de WIA-beoordeling is per 1 januari 2026 de beslistermijn voor WIA-beoordelingen en herbeoordelingen verlengd van 8 naar 16 weken. Deze tijdelijke regeling vervalt als het verschil tussen het aantal beoordelingsaanvragen is verminderd en er meer verzekeringsartsen zijn.

Ontslagaanvraag zonder WIA-beoordeling
(23 juli 2025)
Wachtenden kunnen bij het UWV een verzoek doen om hulp bij re-integratie en een uitkeringsvoorschot. Als werkgever kunt u in het geval van een vertraging bij het UWV wel een ontslagvergunning aanvragen. Het is niet vereist dat alvorens een ontslagvergunning wegens langdurige arbeidsongeschiktheid aan te vragen, er een WIA-beschikking moet zijn afgegeven. Na afloop van de periode van ontslagbescherming kan een werkgever de vervolgstappen zetten ook al is een werknemer in afwachting van het besluit inzake de WIA-beoordeling. Wat daarvoor nodig is een door het UWV goedgekeurd re-integratiedossier. De toets van de re-integratie inspanningen moet door UWV vóór einde wachttijd zijn afgerond, anders kan er geen verlengde loondoorbetalingsverplichting meer worden opgelegd.

Meer over ontslag na twee jaar arbeidsongeschiktheid leest u op de website van het UWV en bij punt 1.3.3.4 in de Uitvoeringsregels ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

Werknemer werkt niet mee aan re-integratie
(28 januari 2026)
Wanneer een werknemer niet of onvoldoende meewerkt aan de re-integratie en daarmee (verwijtbaar) geen gevolg geeft aan diens wettelijke verplichtingen, heeft de werkgever verschillende mogelijkheden om in te grijpen. Denk daarbij aan het, na een (schriftelijke) waarschuwing, eventueel opschorten van het loon, een loonstop, of -in ernstige gevallen- ontslag wegens verwijtbaar niet meewerken aan re-integratie. Voor de onderbouwing van een dusdanig ontslagverzoek bij de kantonrechter is in ieder geval een deskundigenoordeel van UWV nodig.

Wanneer de werkgever aan diens verplichtingen heeft voldaan, waaronder in voldoende mate proberen de werknemer te activeren, maar de werknemer verricht onvoldoende re-integratieverplichtingen, dan is dat geen aanleiding voor het opleggen van een loonsanctie aan de werkgever. In dit kader wordt onder meer gewerkt aan een wetsvoorstel dat bij de RIV-toets van UWV het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer
leidend wordt; dit wetsvoorstel geeft de werkgever vooraf (vóór de RIV-toets van UWV) meer zekerheid over wat van hem in het kader van de re-integratie verwacht mag worden.

Bij eventuele twijfel over de ziekmelding of de (medische) belastbaarheid van de werknemer kan de werkgever de bedrijfsarts vragen daar op basis van diens medische expertise een inschatting van te laten maken.